Uitgebreide info over ons vind je op onze website: http://www.zwartzusters-bethel-brugge.be
Hoe is het project gegroeid?
Zuster Christine: ‘Bij mij leeft al jaren het verlangen om te starten met een Augustijnse vriendengroep. Er was de aanmoediging vanuit het kapittel om het huis in Brugge goed te benutten, een gastvrije Augustijnse gemeenschap te zijn voor studenten, in dialoog te blijven met de Augustijnse familie waar ook ter wereld, Augustijnse studiedagen te volgen en verder in openheid voor de noden van Kerk en wereld te leven. Geregeld sprak ik over die droom met Anne Desmet, maar onze wegen gingen uiteen, tot op vrijdag 9 december 2016 we elkaar opnieuw ontmoetten en een droom werkelijkheid zal mogen worden’. Voor zuster Christine Everaere en de Zwartzusters blijft deze tekst van Augustinus een inspiratie om telkens weer te zingen en verder te trekken.
Laten we zingen,
niet om te genieten van een onverstoorbare rust,
maar om ons zwoegen te verlichten.
Doe zoals trekkers onderweg:
zing onder het lopen.
Verlicht de inspanning door te zingen.
Houd niet van getalm, maar zing en trek verder.
Verder trekken, wat betekent dat?
Maak voortgang, maak voortgang in het goede.
Naar het woord van de apostel zijn er immers ook mensen
die voortgang maken in het kwaad (2 Tim. 3,13).
Wanneer je voortgang maakt, trek je verder.
Maar maak voortgang in het goede,
Maak voortgang in goede levenswandel.
Zing en trek verder.
(St.-Augustinus. Preek 256, 3 – vertaling: T.J. van Bavel o.s.a.)

Zuster Lies: 52 jaar Zwartzuster-missionaris in Brazilië
Zuster Alice Despierre is na 52 jaar als missionaris in Brazilië teruggekeerd naar het moederklooster van de Zwartzusters van Bethel in Brugge. Op 17 mei 1973 vertrok ze naar Salvador da Bahia en sinds 1 juli 2025 is ze weer thuis. We spraken met haar over haar indrukwekkende tijd daar.
Als je terugkijkt op je meer dan 50 jaar missionaris zijn in Brazilië, voor welke drie zaken ben je dankbaar?
“Ik ben de Heer dankbaar voor mijn missieroeping; het is het grootste geschenk dat Hij mij kon geven.
Allereerst ben ik dankbaar dat ik zo dicht bij de arme mensen mocht leven. Zij hebben mij een enorme rijkdom geschonken en mij geleerd het Evangelie op hun manier, ‘met het hart’, te ontdekken. Het was fantastisch om hun groei van zo dichtbij mee te maken, zeker omdat velen analfabeet waren. De Heilige Schrift zette hen aan om te studeren, zodat ze zelf het Woord konden lezen en doorgeven.
Ten tweede ben ik dankbaar dat ik met hen mocht samenwerken en in gemeenschap leven. Ondanks hun grote nood hebben de mensen oog voor de tekorten van anderen en zoeken ze naar manieren om te helpen. Ik mocht hun talenten ontdekken en samenwerken binnen hun kerkelijke gemeenschap. Alles wordt zo diep beleefd, wat de ‘Comunidade’ veel kleur geeft. Het is precies door die intensieve samenwerking met mijn arme broeders en zusters, als mijn gelijken, dat we geloof, hoop en liefde concreet gestalte konden geven.
Als derde ben ik dankbaar voor de persoonlijke transformatie die ik heb doorgemaakt. De mensen daar hebben me enorm veel geleerd; ik ben een ander mens geworden. De Heer is voelbaar aanwezig in de armen. Als ik terugdenk aan het begin van onze missionering, was het ongelooflijk gedurfd om naar Salvador da Bahia te gaan en in de pastoraal te werken, mensen te vormen zonder theologische voorbereiding. Dit was werkelijk het werk van de Heer en Hij heeft de rijkdom van ons missionaire leven laten groeien en bloeien in de arme, gewone mensen.”
Hoe heb je daar concreet geloof, hoop en liefde gestalte gegeven?
“Geloof, hoop en liefde werden gestalte gegeven door de grote samenwerking met de mensen. Hun voorbeeld om het Woord te beleven en samen onderweg te zijn, was en is onze ‘sterkte’. Een concreet voorbeeld hiervan is mijn werk in de crèche ‘Casa da Amizade’ (Huis van de Vriendschap), waar ik in een arme buurt 11 jaar werkte en verantwoordelijk was. We begonnen klein, met drie kinderen – alles was nieuw en ik moest zelfs koken en de financiën beheren. Maar elk jaar kwamen er kinderen bij; 35 was ons maximum. Veel kinderen waren ondervoed, dus leerde ik ze volwaardige maaltijden eten: bruine bonen, rijst, macaroni. Bijna alle kinderen hadden wormen omdat het water niet drinkbaar was en gefilterd moest worden, iets wat de mensen bij gebrek aan een filter niet altijd konden. Ook kampten we regelmatig met luizen, die ik uiteraard ook kreeg. We vonden remedies die we ook aan de ouders doorgaven. We kregen hulp van meer begoede mensen – de bakker gaf brood, anderen melk of luiers. Gelukkig had ik vaste hulp in de crèche en kwamen er enthousiaste vrijwilligers meehelpen. Het was een boeiende tijd. Helaas kwam er een kink in de kabel door de bouw van een hotel naast onze crèche. De grondwerken zorgden ervoor dat ons gebouw zakte en scheurde. Om veiligheidsredenen moesten we het verlaten; dit betekende het einde van de crèche, wat hartverscheurend was!
Daarnaast was ik, zij het vanop afstand, betrokken bij de ‘Pastoral da Criança’ (pastoraal voor kinderen) van de parochie. Dit werd volledig door leken georganiseerd, met regelmatige kinderwegingen, bijeenkomsten en huisbezoeken. De mensen voelen dat de Kerk actief aanwezig is en dat ze er terechtkunnen met hun noden, bijvoorbeeld via de maandelijkse voedselbedeling voor de armsten. Ons getuigenis lag vooral in onze manier van leven en werken, in ons hart laten spreken.”
Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor de Zwartzusters in Brazilië?
“De grootste uitdaging voor de Zwartzusters in Brazilië is om nieuwe, jonge Braziliaanse zusters aan te spreken en te inspireren om ons werk voort te zetten. Wij moeten getuigen zijn, vooral door onze manier van leven en werken. Dit getuigenis spreekt jonge vrouwen aan om onze roeping over te nemen en verder te werken in Gods wijngaard. Het is essentieel om onze verantwoordelijkheid op alle gebieden te blijven nemen en te laten zien hoe waardevol dit missionaire leven is.”
Wat heeft gemaakt dat je het kon volhouden?
“Wat me heeft doen volhouden, is de diepe verbondenheid en samenwerking met de arme mensen zelf. Zij gaven mij zoveel terug. Het zien groeien en bloeien van het werk in de arme, gewone mensen was een enorme drijfveer. Ik werd een ander mens door alles wat ik van hen leerde. De levendigheid van de Kerk in Brazilië, de vreugde en het enthousiasme waarmee mensen hun geloof beleven, werkt ook heel aanstekelijk. Dat soort ervaringen gaf me de kracht om door te gaan, zelfs toen er tegenslagen waren, zoals het noodgedwongen sluiten van de crèche. De rijkdom van ons missionaire leven in die samenwerking was de sleutel.”
Is er een verschil in Kerk-zijn hier en in Brazilië?
“Jazeker, er is een duidelijk verschil in Kerk-zijn. In Brazilië leeft de Kerk heel intens. De mensen voelen zich thuis in de Kerk en zijn enthousiast. Ze beleven hun geloof op een vreugdevolle manier en stralen dat ook uit. De feesten van de Heiligen worden groots gevierd en er wordt veel gezongen. Toen familie meeging naar de kerk, zeiden ze achteraf vol lof over de animatie en de aantrekkingskracht: ‘was het bij ons maar zo!’ De Kerk is daar actief aanwezig bij de noden van de mensen, bijvoorbeeld via de pastoraal voor kinderen en voedselbedelingen. In Brazilië is de Kerk veel meer een ‘Comunidade’, een echte gemeenschap die samenleeft en samenwerkt. Dat maakt een groot verschil in hoe geloof wordt beleefd en uitgedragen. Het is mijn hoop dat ook wij hier meer hoopvolle en vreugdevolle mensen kunnen zijn.”
Brugge, 28 juli 2025