Augustinusleesgroepjes

  • “Tolle lege” zijn twee bekende Latijnse woorden uit het levensverhaal van Augustinus. Ingaande op deze woorden “Neem en lees” een tekst uit de Heilige Schrift, werd de wending van zijn leven duidelijker, vond hij na een lange periode van zoeken uiteindelijk datgene wat zijn diepste honger stilde: God die hem opwachtte met zijn liefde, zijn aanwezigheid, zijn troost en genezing.
  • Een andere rode draad doorheen heel zijn leven is dat hij altijd samen met vrienden, tochtgenoten zijn weg heeft gebaand. Niet alleen, maar samen… “eensgezind zijn we onderweg naar God”, schrijft hij later. Of ook: “Zonder een mens die onze vriend is, komt niets in de wereld ons nog vriendelijk voor”.
  • En in het Evangelie lezen we Jezus’ woorden: “Waar twee of drie in mijn naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden”.

De spiritualiteit van Augustinus is een rijke, onuitputtelijke bron van christelijk leven en kan een kompas worden in je dagelijks leven. Laagdrempelig en kleinschalig willen we op velerlei manieren ‘Augustinus’ ontmoeten en met hem in gesprek gaan.

Daarom houden we er aan om maandelijks met twee open Augustinusleesgroepjes – de tweede dinsdagavond of woensdagnamiddag van de maand – op weg te gaan en een eigentijds boek rond de spiritualiteit van Augustinus samen te lezen en op ons leven, onze samenleving en op de Kerk te leggen. Vanzelfsprekend wordt dit omkaderd door gebed en door samen elkaar te ontmoeten rond een hapje en een drankje. Als u graag aansluit, neem met ons contact op via compaz.brugge@gmail.com – Welkom!

Vele mensen van nu zijn druk bezig. Ook voor ons zijn het onzekere tijden met vele breuklijnen op lokaal en mondiaal vlak. Ook nu zijn we op zoek naar rust en zekerheid. Augustinus kan een interessante gesprekspartner zijn. Augustinus’ zoektocht naar rust, vriendschap en waarheid is van alle tijden. Hij kan ons met verrassende inzichten ook nu verder vooruit helpen. “Lopen doe je volgens Augustinus niet met je voeten, maar met je hart”.

Heb lief en doe wat je wil.
Wanneer je zwijgt, zwijg in liefde;
Wanneer je spreekt, spreek in liefde;
Wanneer je terechtwijst, wijs terecht in liefde;
Wanneer je verdraagt, verdraag in liefde.

Hoe zou onze wereld eruit zien als we dit als leidraad voor ons handelen namen? Het besef dat hij daar niet altijd aan beantwoordde, leidde Augustinus tot God. En door God te vinden, vond hij zichzelf terug. In plaats van te vluchten voor zichzelf, of zoals hij schreef: zichzelf achter zijn eigen rug te verstoppen, koos hij ervoor om de waarheid over zichzelf onder ogen te zien.

Op de volgende pagina’s geven we enkele indrukken weer van de voorbije leesgroepjes waarin we op weg gingen met de volgende boeken of brochures:

  • Hans Alderliesten, Augustinus voor mensen van nu.
  • 4 brochures van de Nederlandse Augustijnse Familie
  • Wat deelnemers van de Augustinusleesgroepjes waarderen
  • Gabriël Quicke, Als een arend herleeft mijn Jeugd
  • 4 brochures van de Nederlandse Augustijnse Familie
  • Gabriël Quicke, Brug van Barmhartigheid

In het laatste deel van het boek van Hans Alderliesten p. 102-117: Augustinus voor mensen van nu. Wij zijn de tijden, staan er echt rake hartverwarmende wijsheden waar je persoonlijk of in groep verder op in zou kunnen gaan.

* Als het gaat over anderen helpen, is niets doen geen optie.

* Ware schoonheid zit van binnen: als ik God liefheb, dan is dat een omhelzing van de innerlijke mens.

* In zijn boek De stad van de mens beschrijft hij dat mensen in gezagsfuncties best strengheid en mildheid laten samengaan, barmhartigheid en mildheid zijn veel krachtiger van dreigementen en vergeldingsacties.

* Aangezien de eeuwige waarheid boven alles gaat, kan een goed christen niet zijn toevlucht nemen tot de leugen. God is waarheid, wie de leugen liefheeft, wijst God af.

* In zijn boek Goed onderwijs. Christendom voor beginners wijst hij op het belang van enthousiasme bij de spreker, als ook het enthousiasme waarmee de toehoorders wat er gezegd wordt al of niet ontvangen. Hij raadt de sprekers aan te kijken naar moeders, die kinderen kleine hapjes geven. Afdalen is de kunst. Doe het met plezier en liefde!

* Over de tijd stelt hij: omdat de tijd nu is, kunnen wij het verschil maken. Hoe? Door goed te leven!

Vorige week waren er terug twee Augustinusleesgroepjes van COMPAZ. Het boek van Hans Anderliesten, Augustinus voor mensen van nu. Wij zijn de tijden, krijgt tegen de achtergrond van de wereldwijde corona-crisis plots een heel actuele dimensie. In de inleiding op p. 9 lees ik:

Als het gaat over in welke tijd wij leven en wat ons te wachten staat, zou Augustinus zeggen: het verleden bestaat niet, want dat is al geweest, de toekomst ook niet, want die is er nog niet, er is alleen maar een heden. Het nú. Wij zijn de tijden.

Vooraleer we vanuit Augustinus’ visie ingingen op heel concrete onderwerpen die te maken hadden met onze manier van in relatie staan: Wat doe je al je onterecht beschuldigd wordt? Moet je alles goedvinden? Waarom is duidelijkheid belangrijk? Hoe ga je om met teleurstellingen? Hoe ga je om met onrecht? Tot hoever dien je je aan de ander aan te passen?

Plaatsten we dit alles tegen een bredere gelovige achtergrond. Eerst beluisterden we welke beeld van Christus, Augustinus de mensen van vroeger en nu voorhield. Daarbij inspireerden wij ons op het boek van Gaby Quicke, Augustinus, een reisverhaal.

* Christus die ook nu aanwezig komt in ons levensboot en de onrust van ons hart kan stillen. Hij die ons op elk moment van ons leven uitnodigt Hem wakker te maken zodat geloof ook weer voor ons een vaste grond onder onze voeten kan worden.

* Christus die ook nu aanwezig komt in de mens in nood, die voor onze deur ligt; in de mens uit onze omgeving die onze aandacht vraagt. Want ja, het Evangeliewoord: ‘Wat je aan de minsten van de mijnen doet, heb je aan Mij gedaan’ blijft nog steeds actueel.

* Christus die ieder van ons ook genezend nabij wil komen, ons wil aanraken en ons wil terugbrengen tot de integere staat zoals de Schepper ons bedoeld heeft. Hoe uitnodigend en hoopgevend als we echt ons hart daarvoor willen openen.

* Christus die tussen God en mens staat en voor ons ten beste spreekt. Die ook nu in tijden van corona-crisis het leed van een hele wereld voor God brengt.

* Christus als omruiler, Hij die ons zijn leven wil geven en in een belangeloze liefde al wat ons naar beneden trekt wil overnemen.

Ja, heel authentieke, hartverwarmende en bemoedigende uitwisselingen volgden. En als het van Augustinus afhangt dan verdedigen we ons als we vals beschuldigd worden, dan leren we uit kritiek, dan doen we verder met een volkskerk, dan beseffen we de kracht van onze woorden, dan hebben we geduld met de ander en kiezen we voor de liefde, dan kijken we zelf in de spiegel naar onze daden.
Rap neergeschreven, maar een hele opdracht om in het dagdagelijks leven ermee om te gaan. Maar als we met velen iedere dag Gods Liefde vragen om er iets van te verwezenlijken, dan mogen we er zeker van zijn, dat er midden om het even welk soort tijden, goede dingen zullen gebeuren.

Ook nu kunnen we met Augustinus vragen:

Heer, onze God, Voor U staat mijn sterkte, voor U staat mijn zwakheid. Behoed mijn sterkte, genees mijn zwakheid. Amen.

PERSOONLIJK GETUIGENISSEN VAN EEN DEELNEMER

WIE BEN IK?

Tijdens een uitvaart kom ik vaak tot de conclusie dat er enkel goede en vriendelijke mensen zijn die zich volledig gegeven hebben aan hun gezin, familie en vrienden, werk… en die meestal gelukkig waren met de kleine dingen des levens; terwijl anderen het iets verder van huis gingen zoeken of het in hun leven vanuit niets ver hebben geschopt. Sommigen worden geprezen als echte keukenprinses of handige Harry, als eerlijk en heel plichtsbewust. Anderen bleken rad van tong en ook dat moet positief bekeken worden, zo wordt nader verklaard.

Gelukkig brengt de priester ook nog even het geloof ter sprake!Dat alles brengt mij na afloop vaker en vaker bij de vraag:Wat zal men, na mijn dood, over mij zeggen?

De meest voor de hand liggende en gemakkelijkst te beantwoorden vraag is:

WAT heb ik van mijn leven gemaakt? Hoe langer hoe meer besef ik dat – alle prestaties ten spijt – dit niet de maatstaf kan zijn om een mensenleven te beoordelen, te ‘valideren’.Misschien wel door mensen maar wellicht niet door God.

WIE ben ik ten diepste?  Ik ben/wij zijn… het gaat om ZIJN!Ben/was ik goed, liefdevol, barmhartig, meevoelend/meelevend, vergevingsgezind, geduldig, luisterbereid, spontaan, eerlijk, verantwoordelijk, vasthoudend, betrouwbaar, flexibel… of juist niet? Het doet mij spontaan denken aan een uitspraak van Ghandi: “Verander de wereld, begin bij jezelf!”

Op de vraag wie ik ten diepste ben kan ik enkel een subjectief antwoord geven, vrees ik. Het oordeel van anderen over mij zal zeker objectiever zijn maar even goed gekleurd, vermoed ik.

Alleen God kan naar waarheid oordelen en weet wie ik ten diepste ben, is voor mij een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Als gelovige mag ik toch vertrouwen op Zijn allesomvattende Liefde? Aan Hem heb ik alles te danken en Hij alleen is in staat om, waar nodig, mij – vanuit Zijn liefde – een nieuwe weg te doen gaan.

Ik ben wat ik, met Zijn genade, worden kan. Wat ik nu ben is een momentopname. Mijn levensdoel/-opdracht is: blijven groeien door Zijn Liefde,tot Hij – op Zijn dag – voltooien wil wat ik begonnen ben. Nergens in de Bijbel is mijn aanvoelen, wat dit alles betreft, mooier beschreven dan in Psalm 139. Niet voor niets mijn lievelingspsalm! – RF

 

EIGENTIJDS WORSTELEN MET HET BEGRIP ERFZONDE

‘Met het begrip erfzonde, door Augustinus ontwikkeld en daarin gevolgd door Luther, Calvijn en 2 concilies (Cartago 418 en Trente 1515-1563), heb ik tot op vandaag een moeilijke relatie. Hoewel een centrale leerstelling van het christendom, blijft het voor mij een beladen woord.

Je zal maar starten met zo’n rugzak. Gaat deze leerstelling niet terug op een te letterlijke interpretatie van het Scheppingsverhaal en de zondeval? Is Christus niet eens en voor allen gestorven, om ons te maken tot vrije kinderen Gods?

In januari 2020 volgde ik op Canvas geboeid de vierdelige docureeks ‘Procureurs’. Enkele zinsneden van procureur Wenke Roggen (zie ook interview Tertio 05.02.2020) zijn blijven hangen: “Ik geloof dat een nieuwgeboren mens in se goed is, een onbeschreven blad. Vooral context of voorgeschiedenis laten hun sporen na. Dit ontslaat daders evenwel niet van hun verantwoordelijkheid. Tot een passionele moord is iedereen in staat die emoties kan beleven. Niemand is een baarlijke duivel.” Een op ervaring gesteunde en genuanceerde visie waarmee ik kan leven, zo lijkt mij.

Met het openbaar vervoer op weg naar de leesgroep, ontmoet ik een bekende en raak over dit onderwerp in gesprek. In drie woordjes van de procureur kon mijn  medepassagier zich niet vinden: ‘in se goed’ want wat doe je met een psychopaat die het niet geworden is maar wiens ziektebeeld is aangeboren (volgens de huidige stand van de wetenschap). Stappend richting Genthof laat ik die vraag even bezinken.

In de leesgroep, na mij kwetsbaar te hebben opgesteld door mijn worsteling met het woordje erfzonde in de groep te hebben gegooid, fluistert iemand mij toe: “Hoe oordeel je over kinderen/volwassenen met een zware mentale beperking/ziektebeeld. Hoe vrij zijn zij als het gaat over kiezen voor goed of kwaad?” Haar vraag en bezorgdheid snap ik maar al te goed. Zelf stond ik 40 jaar lang midden de leefwereld van jongeren en adolescenten met een meervoudige beperking. Vaak kunnen zij niet verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden. Mijn spontane sympathie voor de Engelse monnik Pelagius, met zijn visie over de mens die geboren wordt als een ‘tabula rasa’ en in staat is vrij te kiezen tussen goed en kwaad, wordt hiermee voorgoed aan het wankelen gebracht. Maar moet deze aangeboren onvrijheid benoemd worden als erfzonde? Neen toch!?  De koffie en de taart brengen voor nu enig soelaas!

Toegegeven, geregeld deel ik de ervaring van Paulus:
“Wat ik verlang te doen – het goede – laat ik na; wat ik wil vermijden – het kwade – dat doe ik. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen…” (Rom. 7, 19 en 21).

Méér dan wie ook ben ik mij bewust van mijn kleinheid en falen, ondanks alle goede wil. Toch weiger ik om dat door mij verfoeide woord een domper te laten zetten op het geschenk van het leven, zoals het mij door de Schepper is gegeven.

Dogma’s en leerstellingen laat ik graag over aan theologen en andere bollebozen.

Iets in mij zegt dat dit het moment is om te bidden met psalm 51, 3 :
“Wees mij genadig, God, in uw trouw,
u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,
was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.”

Of zal ik zingen: “Geef mij een hart, een nieuw levend… gelovig… beminnend hart” en het verder aan Hem overlaten?

Thuisgekomen neem ik opnieuw het kaartje ter hand, dat mij toeviel bij het verlaten van de stille ruimte: “Voor zij roepen zal Ik hen antwoorden, terwijl ze nog spreken zal Ik hen verhoren.” (Jes. 65,24) en geef het een plaatsje in mijn zandschaal.

Wie weet komt het ooit nog wel goed met mij! – RF

Op de volgende pagina vindt u meer over de leesgroepjes rond 4 brochures van de Augustijnse beweging in Nederland.