‘Kere neke were’… ‘Keer tot Mij terug van ganser harte’

‘Kere neke were’… of ‘Keer tot Mij terug van ganser harte’… is de zin van de eerste lezing uit de profeet Joël waarmee we de veertigdagentijd inzetten. Gisterenavond was het ook een centrale gedachte van het Augustinusleesgroepje: gelovend in Gods barmhartigheid terugkeren uit de vervreemding van onszelf en van God, naar de barmhartige Vader.
Hoe we God ervaren in ons leven, vond weerklank in het tweede hoofdstuk van het boek van Gaby Quicke, Brug van Barmhartigheid.
God als Andere: ‘Uiteindelijk is het goddelijk mysterie onbegrijpelijk en onuitspreekbaar’. p.29
God als tochtgenoot die ons rechtop doet staan: ‘God komt, om met zijn rechterhand de mens uit de modder los te trekken’. p.30
God als liefde: ‘De liefde is het diepste wezen van God’. p.30
God als innerlijke kern: ‘Als wij slecht leven, kunnen we alleen maar door God worden gezien. Als we daarentegen goed leven, kunnen we zelf ook God zien’. p. 31
God als Vader: ‘God is de uiterst goede Vader, het leven van alle leven, de Vader van de vaderlozen’. p. 31
God als absolute Geest: ‘God zoekt eerst en vooral de mens die verloren is’. p.30
God als onverwachte vriendschap: ‘De vader richt een feest aan voor zijn (teruggekeerde) zoon’. p. 32
Moge deze tijd naar Pasen deze goddelijke dynamiek van ommekeer versterken, om daarna met vele ontvangen liefdesgeschenken voluit Pasen te kunnen vieren.