
U troost ons en zegt:
Ga maar,
Ik draag je
naar je bestemming.
En ook daar
blijf Ik je dragen.— Augustinus
In deze Paastijd kwamen deze woorden van Augustinus opnieuw tot leven in mijn hart. Wat is deze tijd anders dan een uitnodiging om ‘naar Galilea te gaan’ en te vertrouwen op de belofte dat Hij ons als de Verrezene voorgaat? Hij gaat niet alleen voor ons uit; Hij wandelt met ons mee, luistert naar ons en ontsluit de Schrift voor ons onderweg.
Wat ons ‘Galilea’ op dit moment ook mag inhouden: de sleur van het alledaagse, een ziekte om te dragen, een gemis, het zoeken naar zin in een nieuwe levensfase, of de kwetsbaarheid van ons ‘onaffe’ leven.
Midden daarin is Hij aanwezig. Hij komt ons tegemoet en trekt met ons op. Soms doet Hij dat door een tochtgenoot op onze weg, een Woord van leven, de sprekende stilte, het dragende gebed van anderen, de vreugde van een geloofsgemeenschap of de natuur die een diepere zin openbaart.
Er zijn, ondanks alles, redenen genoeg om Alleluia te zingen.