De kracht van Augustinus’ woorden

Enkele dagen geleden kwam, in de namiddag, een klein Augustinusleesgroepje van COMPAZ samen ‘in het huis van een van de leden’, in het Genthof 15 te Brugge.

De bijeenkomst verliep volgens een vast patroon – eerst een diepgaande en gedeelde persoonlijke verkenning van het onderwerp, dan een meditatief beluisteren van teksten van Augustinus, vervolgens een uiteenzetting over het boek: ‘Brug van Barmhartigheid’ van Gabriël Quicke om tenslotte af te sluiten met een reactie over wat ons in de lezing had aangesproken.

Wij zouden twee hoofdstukken lezen: ‘God, bron van Barmhartigheid’ en ‘Christus is het gelaat van de Barmhartigheid van de Vader’. Wij hebben slechts één hoofdstuk gelezen.

Toen wij poogden te verwoorden wat ons geraakt had in dit eerst hoofdstuk, ontspon er zich een levendig gesprek over hoe wij deze Barmhartigheid van God ‘handen en voeten’ kunnen geven in deze wereld, in woord en daad. Sommigen die professioneel met godsdienst bezig zijn, merkten op hoe moeilijk het wordt God nog ter sprake te brengen. Anderen, die beroepshalve ademen in een seculiere wereld, vroegen zich af of woorden moeten en daden ook niet veelzeggend kunnen zijn. Allen waren het er roerend over eens dat, of er gesproken of gehandeld wordt, het zal geschieden vanuit dezelfde inspiratie.

‘Toen de avond begon te vallen’ en afgesloten moest worden, zei iemand: ‘tijdens het spreken’, nog nooit zo’n hartverwarmend ervaren te hebben beleefd. Daarop antwoordde de oudste en de wijste van de groep, de lieve zuster Marie-Thérèse: ‘Ja waar twee of meer in Mijn Naam samen zijn daar ben Ik inhun midden’.

Het deed mij denken aan een ander verhaal, het verhaal van die twee leerlingen die afdropen. Toen zij, in de avond, ontgoocheld aanzaten en spraken met een vreemde genodigde, gingen hun de ogen open, stonden zij in kracht op en gingen weer op weg, in de morgen, overtuigd dat spijts zoveel, toch niet alles zinloos is.

Rob J.