Augustinusleesgroep: ‘Zonder liefde voor de mens, is onze liefde tot God niet echt’

De derde bijeenkomst op 20 maart handelde over het boek Brug van Barmhartigheid van Gabriël Quicke, waar de auteur zich bezint over hoe God in zijn erbarmen de mens omarmt . Hij doet dit in dialoog met Augustinus voor wie misericordia een centraal theologisch gegeven was in zijn Belijdenissen, zo leerden wij de eerste avond. Door zijn bekering was God voor Augustinus niet langer dat afstandelijk neoplatoons opperwezen maar een persoonlijke God die zelf op zoek gaat naar de mens: dit was het onderwerp van ons tweede samenzijn. Hierbij trad zijn Zoon op als mediator tussen God en mens, en dit werd dus het onderwerp van deze avond. Christus is het aangezicht (vultus) van God. Overigens was Misericoridae vultus, Het gelaat van barmhartigheid, ook de titel van de pauselijke bul om het gelijknamige jaar in te luiden.

Nu laat een christologie die louter gebaseerd is op erbarmen wel wat leemtes na en dit liet zich gedurende de avond nu en dan wel eens voelen. Eerst kregen wij enkele afbeeldingen van Christus te zien en mocht iedereen vertellen wat haar of hem meest aansprak. De goede herder, de bedienaar van het woord, de lijdende Christus, de voetwassing, de barmhartige Samaritaan… de keuze vertelt evenveel over de kiezer als over Christus zelf. Maar hoe dan ook, het zijn dezelfde allegorische beelden die Augustinus gebruikte in zijn preken. De apostels waren vissers en dus was het hout van het kruis ook het hout van de ark, die de mensen redde en hen liet wandelen over het water. Christus was geneesheer, niet verwonderlijk voor een man als Augustinus die als ziek kind al de dood van dichtbij moest ervaren. In zijn genade is God liefde en is liefde God.

Twee boeiende punten van discussie. ‘Zonder liefde voor de mens is onze liefde tot God niet echt. Zonder de liefde van God is onze liefde voor de mens machteloos’ p.47. Dit herinnerde ons aan de woorden van Marcel en (het gelaat van) Levinas. Maar een vraag uit de groep luidde: ‘Is vriendschap zonder God dan niet even authentiek?’ Een antwoord op deze vraag lezen wij bij Augustinus wanneer hij zijn wanhoop beschreef over de dood van zijn vriend: hij was troosteloos omdat hij zijn vriendschap nog niet zag als een teken van de liefde van God die over de dood heen gaat. En wat betekent het dat Christus stierf voor onze zonden? Moeilijke vraag, maar misschien vinden wij een begin van antwoord in het feit dat Pinksteren en dus ook het ontstaan van de Kerk getriggerd werd door het lijden van de Heer, wat de apostelen tot nieuwe geloofsinzichten en -daden bracht.  Zonder lijden, geen Pinksteren, zonder Pinksteren, geen Kerk. Jezus is dus gestorven voor zijn Kerk.

Daarom gebruikt Augustinus het beeld van de totus Christus, de hele Christus samen met zijn Kerk. Bij het ontbijt nodigt de verrezen Heer de apostelen uit zelf hun gevangen vis mee te brengen. De gedeelde maaltijd is een allegorie voor de gedeelde verantwoordelijkheid die Christus nu aan zijn Kerkgemeenschap doorgeeft. Mooie uitsmijter: vis is in het Grieks ἰχθύς en dit is een vijfletterwoord of anagram voor Ιησους Χριστός Θεου Ὑιός Σωτήρ:  Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Het eerste logo, van een ontluikende Kerk, en over deze Kerk willen wij ons bezinnen de volgende avond. Peter D.