Augustinus’ visie over de Kerk als brug van barmhartigheid

Indrukken van een deelnemer aan een Augustinusleesgroepje van het boek van Gaby Quicke: Brug van Barmhartigheid

Na de lezing van citaten van Augustinus en het horen van een degelijke korte inhoud van hoofdstuk 4 gebracht door Anne, was het voor iedereen duidelijk waar Augustinus zijn accenten wou leggen. Wij allen, gegrond in de christelijke traditie, zijn bouwstenen van de Kerk die als huisbewaarster, geroepen is om naar het voorbeeld van Christus een brug van barmhartigheid te zijn tussen God en mens, tussen mensen onderling, en tussen de verschillende aspecten in onszelf.

  • De materiële als de geestelijke werken van barmachtigheid kwamen eerst aan bod. Specifiek verwijst Augustinus naar de aalmoes van je hart en van je bezit; twee werken van barmhartigheid, die voor ons niet meteen duidelijk waren: “Geef en jou zal gegeven worden” … “vergeef en jou zal vergeven worden” of “spreek vrij en je zult vrijgesproken worden”.
  • Een bijzonder accent in barmhartigheid was gastvrijheid, als vorm van luisteren. Van Augustinus onthouden wij: “Ik zal dus nu eerst iets zeggen over deze, onze plicht, … vlug te zijn om te luisteren, en ons lang te bedenken voordat wij spreken”. En nog: “Wat ongeloof had weggenomen, gaf gastvrijheid terug”.
  • Het laatste aandachtspunt was: “Wees vredelievend, want je moet eerst vrede in je eigen hart hebben, als je anderen vrede wilt brengen” … om zo de vrede te vergroten. Augustinus was een bruggenbouwer!

Deze drie benaderingen van Augustinus riepen bij ons vragen op:

  1. Hoe “vreemdelingen opvangen”? Hoe gaan we om met deze stormloop?
  2. Welke activiteit wordt van ons verlangd, wanneer we het hebben over “verzoening en vergeving”?
  3. De Kerk als huisbewaarster. Hoe kunnen wij deze christelijke traditie, de weg naar een volwassen kerkgemeenschap als volleerde bruggenbouwster, verderzetten en aan de jonge generatie doorgeven.

 

 

Wij stelden ons als leden van de Kerk van Christus de vraag: ‘Hoe kunnen we die noden het best aanpakken, met welk aspect van Augustinus’ benadering kunnen we beginnen?’

 

 

  • Na een lang moment van stilte kwam Marie-Louise met veel eenvoud aan het woord. Laten we allen starten binnen een kleine gemeenschap, ieder als het ware voor eigen deur, doch met een soliede kern, waar elk middel om te komen tot een brug heel belangrijk wordt; stapsgewijs verder bouwen aan kleine bruggetjes. Voorbeelden genoeg: de brug tussen haar en overleden echtgenoot; de brug naar de jongeren toe; de brug naar een stervende; de brug naar vreemden…. Vanuit die kleine kern werden de materiële en geestelijke werken van barmhartigheid zo levendig. Elk betoog leek overbodig.
  • Op de vraag: welke activiteit houdt verzoening in, gaf Anne een voorbeeld; dat zich verzoenen met een bepaalde toedracht geen eenvoudige opdracht is. Het vereist ook een overtuigende houding ter bevrijding van onszelf als slachtoffer, opdat de feiten ons niet langer blijven achtervolgen.
  • Over de Kerk als huisbewaarster had Augustinus ons reeds gewaarschuwd, dat zij niet de meesteres is van het huis van de Heer. De Kerk zien wij vooral als de gemeenschap in Christus, want sommigen hebben in onze Kerk toch een probleem met het instituut “Kerk”. Het instituut en het gezag is nodig voor haar werking, maar niet om zich halsstarrig vast te houden aan macht. Daartegenover groeit in een volwassen kerkgemeenschap het besef, dat we alle vervreemding kunnen overwinnen door de juiste combinatie tussen geloof en verstand. En hier helpt Augustinus ons: “intellige ut credas, crede ut intelligas”, vrij vertaald: “begrijp om te geloven, geloof om te begrijpen”. Hij bedoelt zeker geen rationalisatie van onze geloofsinhoud, maar misschien wel een zekere verantwoording van ons geloof. Deze houding vraagt van ons, een voorbeeldfunctie, om iets voor anderen te betekenen en om in een vruchtbaar gesprek te treden met een jonge kritische generatie.

Wij danken zuster Christine voor de gastvrijheid, allen voor hun positieve inbreng en in het bijzonder Anne voor haar tijd en haar inhoudelijke en waardevolle begeleiding. Ludo W.